In de organisatie van Het Traject nemen de werkplaatsen (hout, metaal, keuken) een belangrijke plaats in. Eén van de succesbepalende factoren van Het Traject is de niet-schoolse organisatievorm. Binnen het onderwijs is het besef dat risicoleerlingen beter gedijen in een omgeving waarin praktijk vóór theorie komt groeiend. Denk ondermeer aan de leer-werktrajecten in het VMBO en ontwikkelingen binnen de ROC’s. Hiermee wordt meer recht gedaan aan de ontwikkelbehoefte van de jongere.
Voor de doelgroep van Het Traject geldt dat deze jongeren veelal door slechte ervaringen in het verleden uitgekeken zijn op het klassikale theorieonderwijs. Funderend leren is voor deze groep jongeren cruciaal. Funderend leren wil zeggen het leren in samenhang in plaats van “leren om het leren”. Het TVS-model (toepassing, samenhang en vaardigheden) biedt de beste mogelijkheden tot het ontwikkelen van een positieve leerhouding door de deelnemers van Het Traject. De werkplaatsen van Het Traject vervullen een doorslaggevende rol op de volgende terreinen:
· koppeling (vak)theoretisch leerstofaanbod en praktische toepassing · basistechnieken in het kader van praktische zelfredzaamheid (koken, verzorging, klussen in huis etc.) · het werken aan algemene onderwijsdoelen en het leren en trainen van sociale vaardigheden in een niet-schoolse omgeving · Stagevoorbereiding: door middel van interne begeleide stages worden sociale vaardigheden gericht op arbeid inzichtelijk gemaakt, geleerd en geoefend
Binnen de werkplaatsen vinden allerlei groepsprocessen plaats waarvoor in een theorielokaal geen plaats is. Omdat het motivatietraject, gekoppeld aan een doorlopende sociale vaardigheidstraining binnen de setting van Het Traject de gebruikelijke leeractiviteiten overstijgt, neemt de interactie tussen deelnemers onderling en met de begeleiders in de werkplaats een zeer voorname plaats in. Feitelijk kan men stellen, dat de werkplaatsen de spil vormen waar het totale aanbod van Het Traject omdraait.
|